bom

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɔm/

Wat is de betekenis van bom?

bom betekent: (militair) vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven
  2. figuurlijk (figuurlijk) primeur, sensatie
  3. figuurlijk (figuurlijk)heftige, plotselinge, schadelijke gebeurtenis
zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die ervoor gekozen heeft om zonder partner kinderen groot te brengen
zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) vissersboot
zelfstandig naamwoord
  1. stop van een vat

Voorbeelden van "bom" in een zin

  • Er is recentelijk weer een bom op een Pakistaanse stad gegooid.
  • Pas toen een bom van vijfhonderd kilo tweeënvijftig mensen in één gebouw in Malaga doodde en in het Regina Hotel een meisje haar beide benen verloor op de avond voor haar trouwen, werden ze wakker geschud uit hun verdoving.
  • Het bijzondere aan alleen reizen is dat je nieuwe mensen ontmoet. Thuis verkeerde ik meestal in mijn vertrouwde kringetjes. Na drie weken alleen te hebben gelopen, kwam ik op een dag bij een beekje vier jongens tegen die languit in het stof lagen uit te rusten. Het leek alsof er een bom was ontploft want er lag van alles op de grond om hen heen.
  • De bom barstte.
  • Ze zag er misselijk uit, alsof ze wachtte tot de bom zou ontploffen.

Betekenis en uitleg van bom

Een bom is in de meest gangbare betekenis een explosief voorwerp dat tot ontploffing kan worden gebracht. Dit kan zowel in een militaire context als in films en boeken worden gebruikt, waarbij het vaak symbool staat voor gevaar of vernietiging.

Het woord 'bom' wordt vaak gebruikt in situaties waarin er sprake is van een plotselinge en ingrijpende gebeurtenis, zoals een terroristische aanslag of een explosie. Daarnaast kan het ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld om een grote schok of verrassing aan te duiden, zoals in de uitdrukking 'dat was een bom van een nieuwsbericht'.

Voorbeelden

  • De bom ontplofte met een oorverdovende knal, waardoor het hele gebouw trilde.
  • Tijdens het gesprek kwam het nieuws als een bom binnen: de directeur had zijn ontslag ingediend.
  • De film eindigde met een bom van een cliffhanger, die het publiek in spanning achterliet.

Woordoorsprong

Het woord 'bom' is afgeleid van het Latijnse 'bombus', wat 'geroffel' of 'geronk' betekent, en verwijst naar het geluid dat een explosief kan maken.

Veelgestelde vragen over bom

Wat is de betekenis van bom?

bom betekent: (militair) vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven

Hoeveel betekenissen heeft bom?

bom heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft bom?

bom is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van bom?

Synoniemen van bom zijn: bommoeder, bomvrouw, spon.

Hoe gebruik je bom in een zin?

Voorbeeld: “Er is recentelijk weer een bom op een Pakistaanse stad gegooid.

Etymologie

*[E] van "bom"

Uitdrukkingen

  • De bom is gesprongen (gebarsten)Het geheim is uitgekomen, of het al verwachte probleem heeft zich aangediend [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0287.phpv284 www.dbnl.org]
  • Het kan me niet(s) bommen't kan me niet(s) schelen [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0290.php www.dbnl.org]
  • Het nieuws sloeg in als een bomIedereen was er verbijsterd over
  • Na een dag barstte de bomtoen konden ze zich niet langer inhouden
  • : bom

Vertalingen

Engelsbomb
Fransbombe
DuitsBombe, Stopfen
Spaansbomba
Italiaansbomba
Portugeesbomba
Japans爆弾
Koreaans폭탄
Poolsbomba
Zweedsbomb