bondscoachschap

onzijdig (het)/ˈbɔntskotʃˌsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bondscoach zijn
    De naam van Van Gaal valt al snel in dit verband. Maar dat ziet Vermeulen niet gebeuren. "Nee, die doet nog één keer het bondscoachschap en dan is het wel klaar. Dan gaat hij genieten in zijn huizen in het buitenland. Voor deze functie zal je toch regelmatig naar Zeist moeten en dan veel met mensen zitten praten, daar heeft hij te weinig zitvlees voor."

Etymologie

* afleiding van bondscoach