bondspresidentschap

onzijdig (het)/ˈbɔntspreziˌdɛntsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bondspresident zijn
    Wulff beloofde dat alle antwoorden op circa 400 vragen die journalisten hem over de affaire hebben gesteld, donderdag op internet worden gepubliceerd. De in opspraak geraakte politicus beklemtoonde dat de snelle wisseling van het premierschap van de deelstaat Nedersaksen naar het bondspresidentschap in 2010 voor hem een „leerproces” betekende.

Etymologie

* afleiding van bondspresident