Boos

/boʊs/

Wat is de betekenis van Boos?

Boos betekent: blijk gevend van een emotie waarbij men zeer negatief is en daarvoor vaak de ander de schuld geeft

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties blijk gevend van een emotie waarbij men zeer negatief is en daarvoor vaak de ander de schuld geeft
  2. woorden met boekreferenties tegen de moraal ingaand
  3. kwaadaardig, zondig
  4. gevaarlijk, schadelijk
  5. meteorologie_in_het_nederlands guur

Voorbeelden van "Boos" in een zin

  • De ontzettend boze man wist zichzelf in te houden.
  • Wanneer iemand buitengewoon boos is wordt dat woedend genoemd.
  • Haar eerste optreden in de grote, boze, enge wereld was redelijk succesvol geweest.
  • De Grote Boze Wolf is een bekend spookjesfiguur.
  • Hij heeft boze bedoelingen.

Etymologie

In de betekenis van ‘slecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Deensvred
Engelsbad, mad, angry, evil
Fransfâché
Spaansfurioso, enfadado, colérico
Zweedsarg