Boos
/boʊs/
Wat is de betekenis van Boos?
Boos betekent: blijk gevend van een emotie waarbij men zeer negatief is en daarvoor vaak de ander de schuld geeft
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- blijk gevend van een emotie waarbij men zeer negatief is en daarvoor vaak de ander de schuld geeft
- tegen de moraal ingaand
- kwaadaardig, zondig
- gevaarlijk, schadelijk
- guur
Voorbeelden van "Boos" in een zin
- De ontzettend boze man wist zichzelf in te houden.
- Wanneer iemand buitengewoon boos is wordt dat woedend genoemd.
- Haar eerste optreden in de grote, boze, enge wereld was redelijk succesvol geweest.
- De Grote Boze Wolf is een bekend spookjesfiguur.
- Hij heeft boze bedoelingen.
Etymologie
In de betekenis van ‘slecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Deensvred
Engelsbad, mad, angry, evil
Fransfâché
Spaansfurioso, enfadado, colérico
Zweedsarg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek