boosterprik
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbusterˌprɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) vaccinatie om het immuunsysteem extra te versterken, als vervolg op een eerdere vaccinatie tegen dezelfde ziekteDe boosterprik werd na zes maanden gezet.De Belgische overheid begint dit najaar een nieuwe vaccinatiecampagne tegen COVID-19. Alle volwassen Belgen kunnen als ze dat willen een tweede boosterprik tegen het virus krijgen, hebben de Belgische ministers van Volksgezondheid besloten. Wel zijn eerst de risicogroepen en het zorgpersoneel aan de beurt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek