booteigenaar

mannelijk (de)/'botɛɪɣənar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een vaartuig in bezit heeft
    Gisteren stopten de Liberal Democrats hun campagne in het gebiedje, om Labour daarmee meer kans te geven. Ook besloten tientallen linkse booteigenaren hun stem juist daar te laten registreren, alsof ze met zijn allen net even in het Grand Union Canal in Uxbridge liggen aangemeerd.
    " Vorig jaar werd één schadegeval gemeld. ,,Al had ik toen twijfels bij het verhaal van de booteigenaar. Als je met je houten riem een metalen boot raakt klinkt dat heel hard, maar wil niet zeggen dat er ook iets stuk gaat.