bootte
ˈbotə
Wat is de betekenis van bootte?
bootte betekent: enkelvoud verleden tijd van boten
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van boten
- enkelvoud verleden tijd van booten
Voorbeelden van "bootte" in een zin
- Ik bootte.
- Jij bootte.
- Ik bootte.
- Jij bootte.
Etymologie
boot ww met de uitgang -te
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek