breken
Wat is de betekenis van breken?
breken betekent: (erga) (algemeen) in stukken uiteenvallen
Betekenis
- (erga) (algemeen) in stukken uiteenvallen
- (erga) een doorgang, scheiding forceren
- (erga) (van de jongensstem) wisselen
- (ov) (natuurkunde) (optica) veranderen van richting van stralen
- (ov) in stukken uiteen doen vallen
- (psychologie) heel erg somber worden
Voorbeelden van "breken" in een zin
- De ruit is vanmiddag gebroken.
- In de puberteit breekt de jongensstem
- Het prisma breekt de lichtstraal.
- Wanneer een lichtstraal op het scheidingsvlak van twee verschillende middenstoffen valt, zal hij in het algemeen voor een gedeelte worden teruggekaatst en voor het overige gedeelte gebroken worden.
- Vanmiddag brak een hevige windvlaag de ruit van de voorkamer.
Betekenis en uitleg van breken
Breken betekent het scheiden of kapotmaken van iets, vaak met een kracht die niet te weerstaan is. Het kan zowel fysiek als figuurlijk gebruikt worden, zoals het breken van een voorwerp of het breken van een gewoonte.
Je gebruikt het woord 'breken' vaak in situaties waarin iets niet meer heel is, zoals bij een gebroken glas of een gebroken belofte. Het kan ook emotionele of mentale lasten aanduiden, bijvoorbeeld als iemand het heeft over het breken van een slechte gewoonte. De nuance kan variëren van een ongewenste gebeurtenis tot een noodzakelijke verandering.
Voorbeelden
- Tijdens het sporten hoorde ik plotseling een hard geluid; het was de bal die het raam aan diggelen had gebroken.
- Na jaren van roken besloot ze dat het tijd was om te breken met deze ongezonde gewoonte.
- Het nieuws over zijn vertrek brak haar hart, ze had nooit gedacht dat hij zou gaan.
Woordoorsprong
Het woord 'breken' komt van het Oudnederlands 'brēkan', wat ook verwijst naar het scheiden of kapotmaken van iets.
Veelgestelde vragen over breken
Wat is de betekenis van breken?
breken betekent: (erga) (algemeen) in stukken uiteenvallen
Hoeveel betekenissen heeft breken?
breken heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Wat zijn synoniemen van breken?
Synoniemen van breken zijn: kapot maken, schenden, stukslaan, verbrijzelen.
Hoe gebruik je breken in een zin?
Voorbeeld: “De ruit is vanmiddag gebroken.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘klein of stuk maken’ voor het eerst aangetroffen in 1237
Uitdrukkingen
- De staf over iets/iemand breken — Iets of iemand afkeuren
- Een lans breken voor iemand — Het voor iemand opnemen, ofwel: voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen
- Een potje kunnen breken (bij iemand) — Een goede verstandhouding met iemand hebben, waardoor diegene niet gauw boos wordt
- Het ijs is gebroken — Na een afstandelijk begin is men vriendelijk tegen elkaar
- Iemand kunnen maken en breken — De mogelijkheid hebben om te beslissen over iemands leven en dood en diens welbevinden
- Je kan geen omelet maken zonder eieren te breken. — Om iets te bereiken moet je investeren en//of moeite doen
- Langzaam aan, dan breekt het lijntje niet — Je kunt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaan
- Men kan geen ijzer met handen breken — Iets niet doen omdat er op dat moment de tijd/middelen niet voorhanden zijn