breken

/xxxx/

Wat is de betekenis van breken?

breken betekent: (erga) (algemeen) in stukken uiteenvallen

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) (algemeen) in stukken uiteenvallen
  2. erga (erga) een doorgang, scheiding forceren
  3. erga (erga) (van de jongensstem) wisselen
  4. ov, natuurkunde, optica (ov) (natuurkunde) (optica) veranderen van richting van stralen
  5. ov (ov) in stukken uiteen doen vallen
  6. psychologie (psychologie) heel erg somber worden

Voorbeelden van "breken" in een zin

  • De ruit is vanmiddag gebroken.
  • In de puberteit breekt de jongensstem
  • Het prisma breekt de lichtstraal.
  • Wanneer een lichtstraal op het scheidingsvlak van twee verschillende middenstoffen valt, zal hij in het algemeen voor een gedeelte worden teruggekaatst en voor het overige gedeelte gebroken worden.
  • Vanmiddag brak een hevige windvlaag de ruit van de voorkamer.

Etymologie

* In de betekenis van ‘klein of stuk maken’ voor het eerst aangetroffen in 1237

Uitdrukkingen

  • De staf over iets/iemand brekenIets of iemand afkeuren
  • Een lans breken voor iemandHet voor iemand opnemen, ofwel: voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen
  • Een potje kunnen breken (bij iemand)Een goede verstandhouding met iemand hebben, waardoor diegene niet gauw boos wordt
  • Het ijs is gebrokenNa een afstandelijk begin is men vriendelijk tegen elkaar
  • Iemand kunnen maken en brekenDe mogelijkheid hebben om te beslissen over iemands leven en dood en diens welbevinden
  • Je kan geen omelet maken zonder eieren te breken.Om iets te bereiken moet je investeren en//of moeite doen
  • Langzaam aan, dan breekt het lijntje nietJe kunt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaan
  • Men kan geen ijzer met handen brekenIets niet doen omdat er op dat moment de tijd/middelen niet voorhanden zijn

Vertalingen

Engelsbreak, break
Fransbriser, briser
Duitsbrechen, brechen
Spaansromperse, estrellar, estrellarse