brio
/brijo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- levendigheid, enthousiasmeMet veel brio opende de presentator de feestelijke bijeenkomt.
Etymologie
* uit het Italiaans
Uitdrukkingen
- "con brio": met levendigheid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* uit het Italiaans