brouwen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bereiden van bier door koken en vergisten van water, hop en mout en gist: bier brouwen.
    Bierkenner Marco Daane voert de geschiedenis van het brouwen nog verder terug, naar de prehistorie, hij beschrijft de overgang van haver naar gerst en van gruit naar hop, en laat de lezer niet in het ongewisse over de verschillen tussen het Limburgse ‘swartbier’, de Groninger ‘kluin’ waar men een ‘klunskonk’ van kreeg en de Hollandse ‘kuit’ die rond 1400 ontstond.Elsbeth Etty NRC 4 juni 2016
  2. ov (ov) iets samenstellen uit verschillende ingrediënten
    Leer je eigen rode cocktails brouwen, „want de tijd voor fruit en bubbels is aangebroken”. Zet een boom op over good food met de „oneindig veelzijdige” televisiechef Pierre Wind en staatssecretaris van Landbouw Martijn van Dam. Annemarie Kas NRC 28 april 2016
  3. ov, figuurlijk (ov), (figuurlijk) vervaardigen, maken, fabriceren
    Een verhaal brouwen.
werkwoord
  1. inerg (inerg) iets met een keel-r uitspreken.
    De r wordt gebrouwd.

Etymologie

*oud erfwoord; oorspr. betekenis "koken", vandaar "koken om een drank te bereiden" [http://www.etymonline.com/index.php?term=brew]

Vertalingen

Engelsbrew
Fransbrasser
Duitsbrauen
Spaansfabricar, hacer, arrastrar las erres
Deensbrygge