bruidsvlucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/'brœytsflʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. imkerij (imkerij) het uitvliegen van een jonge koningin waarbij ze bevrucht wordt
    Na de bruidsvlucht is de moer gereed om jarenlang een volk te regeren en duizenden eieren te leggen.