woorden
boek
Start
›
B
›
bruiklener
bruiklener
mannelijk (de)
/'brœyklenər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
Hij of zij die iets in bruikleen ontvangt
Etymologie
* Afgeleid van bruikleen
Verwante woorden
brui
bruid
bruidegom
bruidegommen
bruidegoms
bruiden
bruidje
bruidjes
bruidsauto
bruidsbed
bruidsbedden
bruidsbeurs
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bruiklenen
bruikleners →