cachot

onzijdig (het)/kɑ'ʃɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een donkere, vochtige, oncomfortabele ruimte om een arrestant tijdelijk in op te sluiten
    Inmiddels vrijgelaten oordeelt de ex-verdachte dat Den Haag hem had kunnen en dus moeten behoeden voor de Spaanse dwaling - en dat dus minister Koenders’ verzekering aan de Kamer dat in zijn zaak Nederland steeds adequaat optrad, onjuist is. De kwestie is interessant omdat de zorg voor Nederlanders in buitenlandse gevangenissen lang een zwak punt is geweest. Onder meer omdat het er nogal veel waren, Buitenlandse Zaken er lang geen structureel beleid voor kende en er daarom nogal wat Nederlanders letterlijk wegkwijnden in vreemde cachotten. De Rekenkamer deed in 2000 een onderzoek, wat het kabinet destijds bracht tot het formuleren van een ‘zorgnorm’. Daarmee werd artikel 36 1.c van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen ingevuld, dat het bezoekrecht aan ‘eigen’ gedetineerden regelt en het eigen land verplicht tot het bieden van juridische bijstand. Uitgangspunt is wel dat de verdragsstaat zich niet mag bemoeien met de rechtsgang, de schuldvraag, het bewijs of de strafmaat. Althans zolang „de rechtsregels op de juiste wijze zijn toegepast”.NRC 19 oktober 2016

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelsprison