cannabis
mannelijk (de)/'kɑnabɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- drug met als werkzame stof tetrahydrocannabinol (THC)Veel scholieren gebruiken cannabis.Cannabis wordt gerekend tot de softdrugs.In de zuiveringsinstallaties werd het binnenkomende “ruwe rioolwater” onderzocht op sporen van vijf soorten drugs, namelijk cocaïne, cannabis, mdma, amfetamine (speed) en methamphetamine – laatstgenoemde kwam in geen van de gemeentes voor. Opvallend: het gebruik van cocaïne en cannabis ligt in deze gemeenten lager dan in bijvoorbeeld de steden Amsterdam en Utrecht, maar het gebruik van speed ligt in een aantal gemeenten fors hoger.Martin Kuiper NRC 15 juni 2016
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hennep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1869
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek