concertmeester

mannelijk (de)/kɔn'sɛrtmestər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek, beroep (muziek), (beroep) aanvoerder van de eerste violen in een orkest, speelt solopartijen, stelt musici aan, dirigeert bij repetities en vervangt soms de dirigent bij uitvoeringen

Vertalingen

Engelsconcertmaster
Franspremier violon
DuitsKonzertmeister
Spaansconcertino, primer violón