concertpianiste
vrouwelijk (de)/kɔnˈsɛrtpijaˌnɪste/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (muziek) vrouw die muziekuitvoeringen verzorgt door een vleugel te bespelen(…) hij is nu nog onder de indruk van een film over jazz-zangeres Nina Simone, die als getalenteerd concertpianiste in de jaren vijftig geen voet aan de grond kreeg in de klassieke muziek, omdat ze zwart was.Haar eerste pianolessen kreeg ze van muziekuitgever Abraham Noske en diens vrouw, concertpianiste Leny Noske-Friedlaender.Met buitenlandse staatshoofden, twee beroemde concertpianistes en een miljoenenverslindende lasershow wil Nederland in juni de aandacht vestigen op het eerste lustrum van het Europese technologieprogramma 'Eureka' en, terloops, op zichzelf.
Etymologie
*afgeleid van "concertpianist" of
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek