dorpsherberg

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɔrpshɛrbɛrx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein, eenvoudig hotel in een dorp; belangrijkste hotel van een dorp
    ' Ik dacht dat hij doelde op de dorpsherberg, waar ze, voor zover ik wist, weleens gasten hadden.
    Ik vond het fijn als er mensen naar de dorpsherberg kwamen.