dorpsherberg
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɔrpshɛrbɛrx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein, eenvoudig hotel in een dorp; belangrijkste hotel van een dorp' Ik dacht dat hij doelde op de dorpsherberg, waar ze, voor zover ik wist, weleens gasten hadden.Ik vond het fijn als er mensen naar de dorpsherberg kwamen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek