dorpsonderwijzer

mannelijk (de)/'dɔrpsɔndərwɛɪzər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. leraar van een basisschool van een dorp
    Het is een goed verhaal.'Imkes ogen glansden. 'Ik heb altijd al gedacht dat je een slimme vent was. Maar de zoon van de dorpsonderwijzer, dat is niet mis.'
    1989: Hugo Claus - De Zwaardvis Tijdens het verloop van een idyllische zomerdag op het land kruisen de lotsbestemmingen van vier mensen elkaar: een jonge gescheiden vrouw, haar grillige zoontje, een aan lager wal geraakte veearts, en een dorpsonderwijzer. Een redeloze misdaad wordt begaan.