drollen

/ˈdrɔlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. verouderd (verouderd) vezels of draden door een draaiende beweging stevig met elkaar verbinden
    Een vrouw, een handig wyf kan schaers met neerstig spinnen Hoe dat-se drolt, of niet, een maegher soppe winnen,
  2. verouderd (verouderd) dingen doen of zeggen die je niet serieus kan nemen, omdat ze komisch, plagend of onbegrijpelijk zijn
    'k Sel jou omje halsje grijpen; Knecht ick kittel sonder nijpen. … Ick ben thans gesint te drollen, Al mijn sinnen zijn op rollen Lijck een ongemende Karr

Etymologie

*: "drol" met de uitgang -en