drollen
/ˈdrɔlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (verouderd) vezels of draden door een draaiende beweging stevig met elkaar verbindenEen vrouw, een handig wyf kan schaers met neerstig spinnen Hoe dat-se drolt, of niet, een maegher soppe winnen,
- (verouderd) dingen doen of zeggen die je niet serieus kan nemen, omdat ze komisch, plagend of onbegrijpelijk zijn'k Sel jou omje halsje grijpen; Knecht ick kittel sonder nijpen. … Ick ben thans gesint te drollen, Al mijn sinnen zijn op rollen Lijck een ongemende Karr
Etymologie
*: "drol" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek