dromer

mannelijk (de)/'dromər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon (man) die droomt.
  2. een idealist, een niet realistisch persoon.
    Hij is meer een dromer dan een aanpakker.
    Allemaal dromers die hun dromen waarmaakten.
  3. waterbeheer (waterbeheer) Een dromerdijk of dromer is een extra dijk voor het geval de slaperdijk geen stand houdt. Het is de laatste in het rijtje waker - slaper - dromer.

Etymologie

* van dromen

Vertalingen

Engelsdreamer
Fransrêveur
DuitsTräumer
Spaansensoñador