dromer
mannelijk (de)/'dromər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een persoon (man) die droomt.
- een idealist, een niet realistisch persoon.Hij is meer een dromer dan een aanpakker.Allemaal dromers die hun dromen waarmaakten.
- (waterbeheer) Een dromerdijk of dromer is een extra dijk voor het geval de slaperdijk geen stand houdt. Het is de laatste in het rijtje waker - slaper - dromer.
Etymologie
* van dromen
Vertalingen
Engelsdreamer
Fransrêveur
DuitsTräumer
Spaansensoñador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek