eenrichtingsverkeer

onzijdig (het)/enˈrɪxtɪŋsfərˌker/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets (mn verkeer) wat maar een kant op mag of gaat
    Zijn liefde voor het meisje was slechts eenrichtingsverkeer.
    In deze straat mag men maar in één richting rijden want het is eenrichtingsverkeer

Etymologie

*samenstelling van een, richting en verkeer