eenrichtingsverkeer
onzijdig (het)/enˈrɪxtɪŋsfərˌker/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets (mn verkeer) wat maar een kant op mag of gaatZijn liefde voor het meisje was slechts eenrichtingsverkeer.In deze straat mag men maar in één richting rijden want het is eenrichtingsverkeer
Etymologie
*samenstelling van een, richting en verkeer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek