eenrichtingverkeer

onzijdig (het)/enˈrɪxtɪŋvərˌker/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stroom voertuigen of voetgangers die maar één kant op kan of mag gaan
    Met het verdwijnen van de meeste landelijke coronamaatregelen keert ook de binnenstad van Zwolle weer meer terug naar het ‘oude normaal’. Het eenrichtingverkeer in de Diezerstraat wordt zaterdag opgeheven en de weekmarkt verhuist weer gewoon naar de Melkmarkt.
  2. iets wat maar één kant op kan gaan
    Vanaf de eerste balomwenteling was het eenrichtingverkeer in De Kuip. Moldavië had niets in te brengen tegen Oranje, dat met verzorgde combinaties op zoek ging naar goals. Al snel was duidelijk dat die er ook zouden komen.
    Energieproductie zal geen eenrichtingverkeer van energiecentrale naar de verbruikers zijn. We hebben de technologie om huizen energie te laten produceren."

Vertalingen

Engelsone-way traffic