ene
/ˈenə/
Wat is de betekenis van ene?
ene betekent: vorm van één om dit aantal te benadrukken
Betekenis
telwoord
- vorm van één om dit aantal te benadrukken
- vorm van één soms gebruikt bij ritmisch aftellen
lidwoord
- benadrukte vorm van een gebruikt voor een persoonsnaam om aan te geven dat die niet bekend is; soms licht misprijzend bedoeld
- (verouderd) verbogen vorm van een (nominatief enkelvoud vrouwelijk)
- (verouderd) verbogen vorm van een (accusatief enkelvoud vrouwelijk)
voornaamwoord
- de bedoelde persoon ken je niet
Voorbeelden van "ene" in een zin
- Vijf keer terugkomen voor de lol van de ploerten en dan wee van de narigheid naar huis met ene gulden dertig.
- Wonderbaarlijk genoeg deed ze alles af op haar ene been.
- Daar gaat ie dan, ene.. tweeë.. drie!
- Ene meneer Jansen schijnt daarover bezwaar gemaakt te hebben.
- Zodanig ene onderneming vordert zekerlyk ene weldoorknede beoefening der Kerklyke Geschiedenissen, (...)
Uitdrukkingen
- geen ene moer — helemaal niets
- Als de ene hand de ander wast worden ze allebei schoon. — wanneer je samenwerkt en elkaar helpt, is hetgeen gebeuren moet sneller gedaan
- De ene dienst is de andere waard. — wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug
- Het ene gat met het andere stoppen — het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen
- Het ene oor in, het andere weer uit. — iets (een raad e.d.) wel horen maar het vervolgens meteen weer vergeten; gezegd van hardleerse personen aan wie hetzelfde steeds weer opnieuw moet worden verteld
- Het ene woord haalt het andere uit. — als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek