enkel

mannelijk (de)/ˈɛŋkəl/

Wat is de betekenis van enkel?

enkel betekent: (m) (anatomie) gewricht dat de voet met het been verbindt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (m) (anatomie) gewricht dat de voet met het been verbindt
  2. sport (n) (sport) enkelspel
voornaamwoord
  1. weinig, een paar

Voorbeelden van "enkel" in een zin

  • 'Met deze voet zal ik jullie niet meer kunnen gidsen,' zegt Giorgos, die zijn schoen inmiddels heeft uitgetrokken. Zijn enkel is dik en paars geworden.
  • Vanwege het gebrek aan steun echter moesten mijn enkels erg wennen aan het oneffen terrein.
  • Er valt vandaag een enkele bui.
  • Enkele vragen hebben.

Betekenis en uitleg van enkel

Het woord 'enkel' verwijst naar iets dat beperkt is tot één enkele eenheid of aspect. Het kan ook duiden op iets dat alleen of uitsluitend geldt in een bepaalde context.

'Enkel' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets niet meer dan één is, bijvoorbeeld in 'enkelvoud' of bij het beschrijven van beperkte keuzes. Je kunt het ook gebruiken om te benadrukken dat iets alleen van toepassing is op een specifieke situatie. Het woord heeft een nuance van beperking, wat het nuttig maakt in gesprekken waar precisie belangrijk is.

Voorbeelden

  • Ik heb enkel een paar minuten om te praten voordat ik weer weg moet.
  • Ze kocht enkel een kaartje voor de film, omdat ze niet meer tijd had.
  • Tijdens de vergadering waren er enkel positieve reacties op het nieuwe voorstel.

Woordoorsprong

Het woord 'enkel' komt van het Middelnederlandse 'enkel', dat 'enig' of 'enkele' betekende. Het is verwant aan het Oudgermaanse 'ankwila', wat ook 'enkele' of 'één' aanduidt.

Veelgestelde vragen over enkel

Wat is de betekenis van enkel?

enkel betekent: (m) (anatomie) gewricht dat de voet met het been verbindt

Hoeveel betekenissen heeft enkel?

enkel heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft enkel?

enkel is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van enkel?

Synoniemen van enkel zijn: alleen, slechts.

Hoe gebruik je enkel in een zin?

Voorbeeld: “'Met deze voet zal ik jullie niet meer kunnen gidsen,' zegt Giorgos, die zijn schoen inmiddels heeft uitgetrokken. Zijn enkel is dik en paars geworden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘alleen, enig in zijn soort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351

Vertalingen

Engelsankle, ancle, single
Franscheville, quelque
DuitsKnöchel, einfach, einfach
Spaanstobillo
Italiaanscaviglia
Russischлодыжка, немного, несколько
Turksayak bileği
Poolskostka, pojedynczy