entrijs

onzijdig (het)/ˈɛntrɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. takje of scheut bestemd om in een stam of tak van van een andere plant te worden gestoken en daar verder te groeien
    In het bijschrift van verdeling III wordt de geslachtsgemeenschap vergeleken met het gevuld worden van een kloofje door een entrijs, waardoor het ‘weelig sap’ samenstroomt en aangename vruchten voortbrengt.