farm
mannelijk (de)/ˈfɑːrᵊm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) grootschalig particulier landbouwbedrijf, meestal gebruikt voor boerderijen in het buitenland of boerderijen met ongewone producten.De chef is zelfs uitgebroede struisvogeleieren bij de farm gaan halen om z’n eitjes in te serveren (hoe sympathiek is dat?).Help! Ik zit op een farm in de buurt van Mitchell en word slecht behandeld. Is er toevallig iemand in de buurt die wat voor me kan betekenen?
Etymologie
*Ongewijzigd overgenomen uit het Engels, in het Nederlands bekend sinds 1847
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek