farmer
mannelijk (de)/ˈfɑrmər/
Wat is de betekenis van farmer?
farmer betekent: (beroep) (landbouw) eigenaar of pachter van een grootschalig landbouwbedrijf, meestal gebruikt voor boeren in het buitenland
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (landbouw) eigenaar of pachter van een grootschalig landbouwbedrijf, meestal gebruikt voor boeren in het buitenland
Voorbeelden van "farmer" in een zin
- Op Borneo zijn bijvoorbeeld honderdduizend orang-oetans verdwenen. Die worden doodgeschoten door farmers.
- Verbijsterd constateert onze farmer dat hij helemaal niets van die moderne bedrijfsvoering heeft te leren.
Etymologie
*Ongewijzigd overgenomen uit het Engels, jaartal van eerste optekening onbekend
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek