fietsstraat

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfitstrat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een straat waarop fietsers oververtegenwoordigd zijn en waarop auto's zich aan fietsers moeten aanpassen
    Als je vanaf de Uithof naar het centrum fietst, kom je door een fietsstraat.

Vertalingen

Engelsbicycle boulevard
Fransrue cyclable
DuitsFahrradstraße
Zweedscykelfartsgata