fietstechniek
vrouwelijk (de)/ˈfitstɛxˌnik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het geheel aan kennis, ervaring en reflexen dat nodig is om goed te kunnen fietsenNa een dag oefenen op de fiets is haar fietstechniek enorm vooruit gegaan.
- tak van de techniek die zich bezig houdt met het ontwikkelen en onderhouden van fietsenDe fietstechniek richt zich steeds meer op de ontwikkeling van elektrische fietsen.
Vertalingen
Engelscycling technique
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek