Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fijntje
onzijdig (het)/ˈfɛincə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (spreektaal) iemand die gelovig is, iemand die (te) streng in geloofszaken isNu, die afleiding daar gelaten , maar zeker is het dat geen mensch houdt van dien zeurkousachtigen toon van mijnheer Klinker, ’t Is of hij van ieder zondig Adamskind een fijntje wil maken.
- (religie) (spreektaal) fijnzinnig aspect van het geloof of de leerZoo blijkt, uit dit verslag, dat er in het afgeloopen jaar 111 onechte kinderen in die gemeente gedoopt zijn, en wat er gedaan wordt om de moeders dier kinderen op den goeden weg te verslag komt nog een fijntje voor. Eene moeder, dienende bij Israëlieten, en die nu haar tweede, onechte kind had laten doopen, had bedenking haar belijdenis te leeren, omdat het er in de Herv. kerk zoo treurig uitzag!
- (spel) kaartspel waarvan de kaart die omgedraaid is de troef is
- (voeding) (verouderd) zacht broodje gebakken met melkdeegwaarde heeren, hoe zult ge dan des Zaterdagsavonds onverknoeide fijntjes (kadetjes) aan de vleeschhuizen kunnen leveren, vooral wanneer de Sabbath later eindigt, zal het toch te laat zal zijn om te kunnen bakken voor het „zwervend” publiek ?Cadetten kennen wij in diverse soorten. Het meest bekende cadet je is het z.g.n. fijntje, vooral den Amsterdammers goed bekend. Dan kennen wij de Friese cadet en de Hollandse cadet. Wij zullen ze achtereenvolgens de revue laten passeren. Het cadetje, dat in bijna alle streken van het land voorkomt, is het z.g.n. fijntje. Alleen in Friesland wordt deze broodsoort sporadisch aangetroffen, misschien zelfs in geen enkele bakkerij.
Etymologie
*; Afgeleid van "fijn"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek