flierefluiter

mannelijk (de)/ˈflirəˌflœytər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrolijk en/of oppervlakkig persoon die zich niets aantrekt van normen en waarden
    Het werk maakt korte metten met de indruk dat Van der Elsken vooral een vrolijke, anti-autoritaire, oppervlakkige flierefluiter was. Hij was wel degelijk, ook in voorbereiding en research, een man van de inhoud.Volkskrant Arno Haijtema 2 februari 2017
  2. scheldwoord (scheldwoord) iemand die weinig of niets zinnigs uitvoert

Etymologie

* van flierefluiten . De eigenlijke betekenis is vermoedelijk "iemand die op een vliertakje fluit".

Vertalingen

Engelslounger