flipper

mannelijk (de)/ˈflɪpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aan elke voet vastgemaakt zwemvlies waarmee iemand zich onder water zwemmend kan voortbewegen
    Hij kwam weer boven water omdat de flipper aan zijn linkervoet niet goed vast zat.
  2. elk van beide langgerekte, draaiende driehoeken links en rechts in een elektromechanische speelmachine, waarmee je een terug rollende bal weer over een hellend vlak omhoog stoot om daarmee zoveel mogelijk punten te scoren
    Je moet de bal met de flipper raken voordat hij via de opening in het midden wegrolt.

Etymologie

*van """