fokker
mannelijk (de)/ˈfɔkər/
Wat is de betekenis van fokker?
fokker betekent: (beroep) iemand die (als beroep of uit liefhebberij) dieren houdt met de bedoeling hun voortplanting zo te laten verlopen dat hun nageslacht bepaalde erfelijke eigenschappen zal vertonen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die (als beroep of uit liefhebberij) dieren houdt met de bedoeling hun voortplanting zo te laten verlopen dat hun nageslacht bepaalde erfelijke eigenschappen zal vertonen
- (verouderd) iemand die heel rijk is
- (verouderd) (straattaal) rondtrekkende arme dakloze
Voorbeelden van "fokker" in een zin
- De meeste fokkers en handelaren doen weliswaar gewetensvol hun werk en verkopen gezonde dieren, zegt ze, maar dieren worden ondertussen ook druk gefokt voor tentoonstellingen, en daar gaat het nu juist om de uiterlijke kenmerken.
- Hij is een rijke fokker.
Etymologie
*[3] van 'focken' "gaan, dwalen, zwerven"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek