fondement

onzijdig (het)/ˌfɔndəˈmɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, verouderd (bouwkunde) (verouderd) deel van een gebouw dat vooraf in de grond wordt aangelegd als ondersteuning van het geheel
    Een houten gebint, ineengevoegd in het fondement van een gebouw, wordt niet uiteengerukt; (…)
  2. figuurlijk, verouderd (figuurlijk) (verouderd) onderdeel waarop het geheel rust
    {{ouds
  3. figuurlijk, anatomie, verouderd (figuurlijk) (anatomie) (verouderd) de billen, als lichaamsdeel waar mensen op kunnen zitten
    Aarselen is achteruit krabbelen. “Ik zal je aarselings klimmen leeren!” zeit de beul bij Breêroo (…) tegen een boef, omdat hij hem met z'n fondement tegen de ladder, die schuin onder de galg staat, laat opklimmen.

Etymologie

* van "fondement"