fopper
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die anderen voor de mal houdtDaarna heeft een van de foppers het spel niet begrepen. Daar weten we nu alles van. Denken we. Maar misschien is de veelbesproken avond volgens het moderne scenario van de 'beheerste chaos' verlopen. Als alles van een leien dakje loopt praat de volgende dag niemand er nog over. Maar als er iets flink misgaat binnen de grenzen van de wet, heb je als je boft het gesprek van het jaar veroorzaakt. NRC H.J.A. Hofland 28 oktober 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/10/28/ik-leg-het-nog-eens-uit-7243776-a346338 Ik leg het nog eens uit]Als binnen een jaar twee psychologen zijn betrapt op fraude, heb je dan een trend? Is dit significant? Zorgwekkend? Nee. Want door een puntenwolk van slechts twee punten mag je geen lijntje trekken. Toch is dat wat velen doen, nu voor een tweede maal een sociaal psycholoog is betrapt op datafraude: ‘Zie je wel, psychologie is geen wetenschap. Alle sociaal psychologen zijn foppers. Want 1 + 1 is allemaal.’ Maar dit fraudegeval is juist goed nieuws. NRC Arjen van Veelen 27 juni 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/06/27/fraude-is-goed-nieuws-12334661-a1386555 Fraude is goed nieuws]
- fopspeen
Etymologie
* van foppen
Vertalingen
Engelshoaxer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek