ladelichter
mannelijk (de)/ˈladəlɪxtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die steeltJe hoort ‘m brommen, op het Binnenhof: „Dat gáát maar op vakantie! Wie moet hier nu straks die ladelichters bij de banken betalen? De schoolboeken en de kinderopvang?” De Telegraaf Annemarie van de Weert, 15 november 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1244879/tickettaks-maakte-ons-wegwijs Tickettaks maakte ons wegwijs]Nu naar Trump. Wel iemand anders! Toen hij de kandidaat van de Republikeinen werd, stonden een paar Nederlandse politieke leiders met hun neus vooraan om stevige taal over hem uit te slaan. Pechtold, Samsom en Zijlstra. Ze noemden Trump een ’mafklapper’, een charlatan en een ladelichter. Dat waren nog eens teksten. Trump zal ze hebben bewaard. De Telegraaf Hans Wiegel 21 januari 2017 [https://www.telegraaf.nl/watuzegt/46957/obama-koos-op-het-laatst-andere-toon Obama koos op het laatst andere toon]
Vertalingen
Engelsrobber, thief
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek