fractiegenoot
mannelijk (de)/ˈfrɑksiɣəˌnot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) iemand die tot dezelfde politieke groepering binnen een volksvertegenwoordiging behoortSinds Ouwehand fractievoorzitter is – ze volgde Marianne Thieme op, die in oktober vroegtijdig de Kamer verliet – heeft ze minder tijd voor debatten. „Die procedurevergaderingen kan ik niet meer doen, dan moet ik een fractiegenoot vragen.”Door hun voormalige fractiegenoten worden de afsplitsers vaak ‘zetelrovers’ genoemd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek