fractievoorzitter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) de voorzitter van een fractie van een politieke partij in het parlement.
    De lijsttrekker werd na de verkiezingen de fractievoorzitter.
    In het Tweede Kamerdebat over de Voorjaarsnota heeft PVV-leider Wilders in een discussie over de koopkracht VVD-fractievoorzitter Hermans "de tassendrager van de heer Rutte" genoemd. De opmerking leidde tot emotie bij Hermans en verontwaardiging bij andere fractievoorzitters.