frictie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verschijnsel waarbij een weerstandskracht kan ontstaan wanneer twee oppervlakken langs elkaar schuiven, terwijl ze tegen elkaar aan gedrukt worden
  2. oneenigheid, geschil tussen mensen of groepen van mensen
  3. gebied tussen fictie en non-fictie in en mengelingen daarvan
    Nieuwe genres dragen namen als 'literaire non-fictie' en 'op ware feiten gebaseerde fictie'. Frank Westerman lanceerde voor het tussengebied de term frictie. Het is mooi dat 50Plus nu laat zien dat je diezelfde scheidslijn ook in de politiek kunt laten vervagen. Ouderwetse liefhebbers van non-fictie vinden het laakbaar dat de ouderen in het verhaal van 50Plus niet zo oud worden als de ouderen in de officiële cijfers van het CBS. Curieus is dat zeker. Maar mensen die openstaan voor nieuwe genres weten dat hier sprake is van fraaie 'literaire politiek' en 'deels op feiten gebaseerde fictie'.Volkskrant Olaf Tempelman 21 november 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wrijving’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelscontroversy