frisbee

mannelijk (de)/ˈfrɪzbi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. speelgoed (speelgoed) plastic ronde schijf die je naar elkaar overgooit
    Frisbees zijn gewoonlijk uitgevoerd in plastic, hebben een diameter van ongeveer 20 tot 30 cm en een boord.
    Om het een beetje leuk te houden stopte ik er ook een extraatje in zoals marshmallows, M&M’s of een frisbee.

Etymologie

*(eponiem) van "frisbee", van de merknaam "Frisbee" die verwijst naar een spelletje dat in 1957 populair was onder studenten van Yale University die daarbij gooiden met schaaltjes waarin haar gebak verpakte, in de betekenis van ‘werpschijf’ voor het eerst aangetroffen in 1971