fruithandel

mannelijk (de)/ˈfrœythɑndəl/

Wat is de betekenis van fruithandel?

fruithandel betekent: (bedrijf) winkel of distributiebedrijf dat vruchten verkoopt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijf (bedrijf) winkel of distributiebedrijf dat vruchten verkoopt
  2. bedrijfstak (bedrijfstak) aan- en verkoop van vruchten

Voorbeelden van "fruithandel" in een zin

  • Moerer zou een fruithandel hebben gehad, schreef Omroep Brabant eerder.
  • De andere slagerijen zijn daar ook, en de darmenhandels; de kruideniers, de fruithandels, maar het zijn ongetwijfeld de melkzaken die de meest zure, de meest doordringende stank verspreiden.
  • Maar nu steeds meer telers op peer overstappen, dreigt ook in deze fruithandel overproductie.