woorden
boek
Start
›
F
›
frul
frul
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
klein, nietig iets
klein versiersel op een jurk
minderwaardig, dom persoon
Etymologie
* afleiding van prul
Synoniemen
lor
onding
vod
labbekak
uilskuiken
stumper
sukkelaar
sufferd
jandoedel
bonhomme
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← fruitzuur
frullen →