ftisis

vrouwelijk (de)/ˈftizɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) ernstige ziekte door besmetting met bepaalde bacterieën,
    Alleen als bij de besmette persoon de weerstand verminderd is, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap of bepaalde medicijnen, kan de ziekte wel een kans krijgen. Dan ontstaat meestal een ontsteking in de longen - longtuberculose, ofte wel ftisis, te verlaten als 'tering', in ernstige gevallen ook wel 'vliegende tering' genoemd.

Etymologie

*via Latijn "phtisis" van φθίσις (ftísis)