geloof

onzijdig (het)/ɣəˈlof/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een godsdienstige overtuiging
    Welk geloof hang jij aan?
    De man die op 18 maart dit jaar het vuur opende in een tram in Utrecht heeft verklaard dit gedaan te hebben vanwege zijn geloof. [https://www.nu.nl/binnenland/5958187/verdachte-over-aanslag-tram-utrecht-ik-deed-dit-voor-mijn-geloof.html www.nu.nl (01-07-2019)]
  2. filosofie (filosofie) de overtuiging dat iets zo is
    Ik volg het geloof dat je zelf grote invloed kunt uitoefenen op het leven.
    „Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.”

Etymologie

* van geloven

Vertalingen

Engelsreligion, belief, faith
Fransreligion
DuitsReligion
Spaansreligión, fe, creencia
Italiaansreligione
Portugeesreligião
Russischрелигия
Chinees宗教
Japans宗教
Koreaans종교
Arabischديانة
Poolswiara, przekonanie
Zweedsreligion
Deensreligion