glazuren

Wat is de betekenis van glazuren?

glazuren betekent: (ov) met een laag glazuur bedekken

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een laag glazuur bedekken
  2. ov, kookkunst (ov), (kookkunst) met een laag glanzende suiker bedekken

Voorbeelden van "glazuren" in een zin

  • Die schaal moet eerst nog geglazuurd worden.
  • Deze taart is prachtig geglazuurd.

Betekenis en uitleg van glazuren

Glazuren is het proces waarbij een dunne, glanzende laag op een oppervlak wordt aangebracht, vaak om het te beschermen of een esthetisch effect te bereiken. Denk aan het glazuren van keramiek of het afwerken van een taart met een glanzende laag chocolade.

Dit woord wordt vaak gebruikt in de context van keramiek en bakkerij, waar het belangrijk is om een aantrekkelijke uitstraling te creëren. Glazuren kan ook een functionele rol spelen, zoals het beschermen van een oppervlak tegen vocht of slijtage. Het proces kan variëren van het aanbrengen van een eenvoudig glazuur tot complexe technieken waarbij verschillende lagen en kleuren worden gebruikt.

Voorbeelden

  • De pottenbakker gebruikte een helder glazuur om zijn schalen een mooie afwerking te geven.
  • Na het bakken van de cake besloot ze deze te glazuren met een laagje fondant voor een feestelijke uitstraling.
  • Het glazuren van de keramische tegels gaf de badkamer een moderne en luxe uitstraling.

Woordoorsprong

Het woord 'glazuren' is afgeleid van het Nederlandse woord 'glazuur', dat verwijst naar een glanzende coating. Dit woord zelf heeft wortels in het Middelnederlands en is verwant aan het Duitse 'glasieren'.

Veelgestelde vragen over glazuren

Wat is de betekenis van glazuren?

glazuren betekent: (ov) met een laag glazuur bedekken

Hoeveel betekenissen heeft glazuren?

glazuren heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van glazuren?

Synoniemen van glazuren zijn: glaceren.

Hoe gebruik je glazuren in een zin?

Voorbeeld: “Die schaal moet eerst nog geglazuurd worden.

Vertalingen

Engelsglaze, glaze
Fransémailler, vernir, glacer
Duitsglasieren, glasieren
Spaansvidriar, esmaltar, glasear