groeide
Wat is de betekenis van groeide?
groeide betekent: enkelvoud verleden tijd van groeien
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van groeien
Voorbeelden van "groeide" in een zin
- Ik groeide.
- Jij groeide.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
groeide betekent: enkelvoud verleden tijd van groeien