groeigroep
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣrujɣrup/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- categorie die opvallend in omvang toeneemtWant gereedschap zonder snoer is, althans in de visie van de Amerikaanse firma, dé manier om onhandige mensen - de laatste groeigroep in de doe-het-zelfbranche - te transformeren tot verwoede klussers.
- (religie) verband van een aantal mensen gevormd om zich samen godsdienstig te ontwikkelenEen groeigroep is een open groep waar iedereen welkom is.
- (onderwijs) verband van een aantal leerlingen die extra mogelijkheden krijgen om sneller bepaalde kennis een vaardigheden op te doenVervolgens krijgen leerlingen met eigen onderwijsbehoeften gespecialiseerde begeleiding en gaan meerbegaafde leerlingen naar de groeigroep.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek