groen-wit
onzijdig (het)/ɣrunˈwɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- patroon dat is opgebouwd uit witte en groene vlakkenDe Rotterdamse ondernemer Olaf Ouwerkerk en zijn tweelingzus Marise Ouwerkerk vonden het tijd om hier verandering in te brengen en introduceren Stadsmuisjes, met de vertrouwde anijssmaak maar in het groen-wit van Rotterdam.
- (sport) tenue van een ploeg dat voornamelijk witte en groene vlakken laat zienDe linksbuiten maakte zoveel indruk in het groen-wit van Groningen, dat hij al snel overstapte naar PSV.Ze reden in alle vroegte naar München en wisten de gestopte oud-topvoetballer daar te verleiden tot een rentree in het groen-wit van Groningen.
- met groene en witte vlakkenIedereen die deelgenomen had aan deze spelletjesdag kreeg als aandenken een medaille aan een mooi groen-wit lint.
Etymologie
* , geschreven met een koppelteken volgens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek