groenteschotel

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gerecht bestaande uit groentes
    Geen saus, geen groenteschotel, geen soep en geen vlees gaat hier de keuken uit zonder in peper te zijn ondergedompeld.
    Verlekkerd keek ik naar de groenteschotel op onze eettafel. „Fipronilsalade”, zei mijn vrouw. Ik knikte met een begrijpende glimlach. Wij kunnen immers onze voorraad eieren toch niet vernietigen? Afvoer ervan zou bovendien zwaar in de papieren lopen. Waarom zou de consument ze wel met de vuilnisman mogen meegeven en de kippenboer niet?

Vertalingen

Engelsvegetable dish