woorden
boek
Start
›
G
›
groepsgrootte
groepsgrootte
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het aantal leden dat een groep bevat
het aantal leerlingen dat in één klas zit
Verwante woorden
Groede
groef
groefbeitel
groefde
groefden
groefjes
groefschaaf
groefschaven
groeft
groefverbinding
groei
groei-economie
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← groepsgewijze
groepshoofd →